Nieuwsbericht

Mededeling van 04-07-2019

Grootschalig bevolkingsonderzoek toont aan: 75% van de Belgen voelt zich veilig in zijn of haar buurt (persbericht Federale Politie)

4 juli 2019


De Federale Politie publiceerde vandaag de politiële criminaliteitsstatistieken van het jaar 2018, vergezeld van de Veiligheidsmonitor 2018. Deze oude bekende geeft meer diepgang aan de statistieken, aangezien niet enkel cijfergegevens over geregistreerde feiten geanalyseerd worden, maar ook de opinie van de bevolking en slachtoffers van die feiten in rekening wordt gebracht. Deze Veiligheidsmonitor is het resultaat van een grootschalig bevolkingsonderzoek met maar liefst 168.206 deelnemers. Nog nooit namen zoveel mensen deel aan dit soort bevraging. Alle cijfers zijn beschikbaar via www.stat.federalepolitie.be.

 

Tussen maart en mei 2018 organiseerde de Federale Politie – voor het eerst in 10 jaar – opnieuw een grootschalig bevolkingsonderzoek, dat een blik werpt op onder andere het (on)veiligheidsgevoel, de aangiftebereidheid en de appreciatie van de politiediensten door de Belgische bevolking. Maar liefst 168.206 inwoners namen deel aan deze Veiligheidsmonitor, een absoluut record. Daarmee geeft dit onderzoek meer diepgang aan de politiële criminaliteitsstatistieken van 2018, die tegelijk gepubliceerd worden. Tussen 1997 en 2008 werd tweejaarlijks een gelijkaardig onderzoek georganiseerd, maar nog nooit op zo’n grote schaal als de Veiligheidsmonitor van 2018.

 

Deze Veiligheidsmonitor is een initiatief van de Federale Politie, in samenwerking met de Lokale Politie, de Algemene Directie Veiligheid en Preventie van de FOD Binnenlandse Zaken en 240 gemeenten.

 

75% van de bevolking voelt zich veilig

De eerste grote vraag waar de Veiligheidsmonitor een antwoord op wil bieden, is natuurlijk de mate waarin Belgen zich in hun dagelijks leven (on)veilig voelen. Het onderzoek toont aan dat 75% van de Belgische inwoners zich (bijna) altijd veilig voelt in zijn of haar buurt. 5% van de ondervraagden voelt zich vaak of altijd onveilig. In de laatste Veiligheidsmonitor tien jaar geleden, op basis van onderzoek uit 2008, was dat nog 8%. In 2000 gaf zelfs 12% van de deelnemers aan zich vaak of altijd onveilig te voelen. We merken ook een duidelijk verschil tussen mannen en vrouwen: 6,7% van de vrouwen geeft aan zich vaak of altijd onveilig te voelen, tegenover 4,74% van de mannen.

Ondanks dat het onveiligheidsgevoel relatief laag ligt, nemen heel wat mensen toch hun voorzorgen. Ongeveer een derde van de deelnemers geeft aan de deur vaak of altijd gesloten te houden voor onbekenden. 15% vermijdt vaak of altijd om bij duisternis nog van huis weg te gaan, en 12% vermijdt doorgaans drukke evenementen.

 

Criminaliteit in de buurt: snelheidsduivels en sluikstorters

De gemiddelde inwoner stoort zich in de buurt waar men woont vooral aan snelheidsduivels en sluikstorters, zo blijkt uit de bevraging. Maar liefst 66% vindt ‘onaangepaste snelheid’ een probleem in zijn of haar buurt. ‘Sluikstorten en zwerfvuil op straat’ (50%), ‘agressief gedrag in het verkeer’ (44%), ‘wildparkeren’ (44%) en ‘woninginbraken’ (39%) vullen het rijtje met meest vermelde buurtproblemen aan.

 

Criminaliteitsstatistieken: ICT-criminaliteit in opmars, maar aangifte blijft vaak uit

Sinds het jaar 2000 verzamelt de Federale Politie de criminaliteitsstatistieken in jaarlijkse rapporten. Deze cijfers tonen het totaal aantal feiten dat de Lokale en Federale Politie in het afgelopen jaar registreerden in de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG). In 2018 bleef het totaal aantal geregistreerde feiten stabiel tegenover 2017. Net als in voorgaande jaren blijven diefstal en afpersing de meest voorkomende feiten, goed voor zowat één derde van de totale geregistreerde criminaliteit. Het aantal geregistreerde diefstallen daalde wel opnieuw licht tegenover 2018. Enkel specifiek voor zakkenrollerij in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest merken we een stijging van het aantal vattingen.

 

Een andere opvallende stijger is opnieuw de informaticacriminaliteit, ditmaal met 14,8% tegenover 2017. Vooral de stijging van ‘phishing’ (waarbij gebruikersgegevens gestolen worden door mensen naar een valse website te lokken) springt in het oog: van 475 geregistreerde feiten in 2017 naar 1277 in 2018. De Veiligheidsmonitor toont aan dat het werkelijke aantal feiten wellicht nog heel wat hoger ligt. Slechts 14% van de respondenten die aangaven in het afgelopen jaar slachtoffer te zijn geweest van ‘inbraak in een computer of smartphone’, deed hier ook aangifte van. Voor zowel ‘oplichting via internet’ als ‘intimidatie en pesten via internet’, deed 22% van de slachtoffers aangifte. Met andere woorden: zo’n 200 000 via internet gepleegde feiten zouden niet aangegeven zijn. Een belangrijke uitdaging voor de toekomst zal dus zijn om dit cijfer omlaag te krijgen, enerzijds door in te zetten op preventie, en anderzijds door de drempel die slachtoffers ervaren om aangifte te doen verder te verlagen.

 

Dit voorbeeld illustreert meteen één van de interessante inzichten die we uit de Veiligheidsmonitor kunnen halen: de verschillende vormen van ICT-criminaliteit behoren weliswaar tot de misdrijven waar burgers het vaakst slachtoffer van worden, maar ook tot de misdrijven die het minst bij de politie worden aangegeven. Ook voor zedenfeiten duidt de Veiligheidsmonitor op een heel hoog ‘dark number’. 2% van de respondenten geeft aan het afgelopen jaar slachtoffer geworden te zijn van dit soort feiten, maar minder dan 1 op 5 slachtoffers deden hier aangifte van. Ook hier is het dus belangrijk om verder te blijven inzetten op een laagdrempelig beleid.

 

Appreciatie van de werking van de Lokale Politie

64,32% van de bevolking zegt in het algemeen (zeer) tevreden te zijn over de werking van zijn of haar politiezone. Vooral de houding en het gedrag van de politieagenten tegenover de burger wordt goed beoordeeld: 68,77% is (zeer) tevreden. Twee derde vindt bovendien dat de politie (zeer) makkelijk te bereiken is. 50,65% is (zeer) tevreden over de gelijkheid in behandeling van de burgers door de politieagenten. Dit is een fikse stijging tegenover tien jaar geleden, toen slechts 35,7% vond dat de politie alle burgers op gelijke voet behandelde. Over de aanwezigheid van politieagenten op straat is 41,64% (zeer) tevreden. In 2008 was dat nog 57,4%.

De resultaten van deze Veiligheidsmonitor vormen een schat aan informatie voor zowel de Lokale als de Federale Politie. De komende weken en maanden gaan ze ermee aan de slag. De Lokale Politiekorpsen en gemeenten hebben alvast een eerste aanzet gegeven: zij gebruikten de lokale resultaten om nieuwe prioriteiten te stellen en de nieuwe bestuursakkoorden vorm te geven. Nu ook de nationale cijfers volledig gekend zijn, is de Federale Politie aan zet om haar prioriteiten en beleid voor de komende jaren scherp te stellen. Zo kan de Veiligheidsmonitor een uitstekend startpunt zijn voor de ontwikkeling van het nieuwe Nationaal Veiligheidsplan (NVP).

 

De volledige rapporten en alle cijfers zijn te vinden op de website www.stat.federalepolitie.be.


< Vorige bericht