Nieuwsbericht

Mededeling van 23-01-2017

Premier May schept meer (on)duidelijkheid

Brexit, zeven maanden na datum


In haar toespraak van 17 januari kondigde Brits Premier Theresa May aan dat het Verenigd Koninkrijk uit de Europese eenheidsmarkt zal stappen, waarmee ze met andere woorden resoluut kiest voor een ‘harde’ Brexit. Het VK wil onder meer opnieuw zelf zijn grenzen en de instroom van migranten controleren, en zijn soevereiniteit herwinnen, aldus May.

Hiernaast spreekt het Britse Supreme Court zich op 23 januari ook uit of de Regering al dan niet de toestemming van het Parlement nodig heeft om artikel 50 van het Europese Verdrag te activeren, en hiermee de onderhandelingen die maximaal twee jaar mogen duren in gang te zetten. Premier May liet wel al weten dat deze uitspraak de beoogde timing van uiterlijk eind maart 2017 voor het activeren van artikel 50 niet zal verstoren.

De keuze van het Verenigd Koninkrijk lijkt hiermee dus definitief en zou voor duidelijkheid moeten zorgen, zowel in Albion als op het continent. De vraag is echter of deze verhoopte duidelijkheid er nu ook effectief komt. Het lijkt de Britse Regering alsnog te ontbreken aan een uitgeklaarde eindstrategie, de Schotten roeren zich opnieuw, de pond is een speelbal van de politiek, Britse en internationale bedrijven blijven in het duister tasten, en de impact op de economie blijft onduidelijk …

Wel geraakt zeven maanden na het referendum het speelveld stilaan afgebakend, staan de pionnen klaar en zijn de hoofdobjectieven gesteld. Alles lijkt wel in gereedheid gebracht voor een wedstrijd, hoewel het dit eigenlijk niet zou mogen zijn. In deze context gaan we niet voor eenzijdige winst of een gelijkspel, laat staan voor verlies. Het moet de intentie zijn van alle spelers op het veld om iedereen zegevierend uit deze historische beslissing te laten komen, want alle partijen zijn kwetsbaar. Zo gaat bijna de helft van de Britse export naar EU-landen, maar vloeit ook ruim 10% van de EU-export naar het Verenigd Koninkrijk.

Ons land moet tijdens de concretisering van de Brexit een duidelijk dubbel objectief voor ogen houden. België is gebaat bij een ordentelijke opsplitsing en een snelle onderhandeling van nieuwe verdragen met het Verenigd Koninkrijk, onze vierde belangrijkste handelspartner. Alle mogelijke handelsbelemmeringen zullen onze Belgische bedrijven immers rechtstreeks raken. Het Verenigd Koninkrijk is doorheen de geschiedenis van ons land steeds een bevoorrechte partner geweest en moet dit ook blijven.

Hiernaast moet België zich als open economie en derde meest geglobaliseerde land ter wereld goed bewust zijn van de enorme troeven die de Europese eenheidsmarkt biedt. Het gros van onze buitenlandse handel wordt gevoerd met Europese partners en onze zeehavens vormen een geprivilegieerde toegang tot de Europese vrije markt. Naast het constructief afhandelen van het Brexit-hoofdstuk dienen we ons dan ook toe te leggen op de rest van het Europese verhaal. Vele Europese burgers, ook Belgische, kunnen zich immers zeer goed vinden in sommige van de beweegredenen van de Britten om voor het vertrek uit de EU te kiezen. Met verkiezingen op komst in Nederland, Frankrijk en Duitsland belooft dit voor de nodige ophef te zorgen en zou dit kunnen zorgen voor verdere barsten in de Europese samenhang. De Unie moet zich herpakken en zichzelf opnieuw bewijzen tegenover de Europese burger. Het is immers enkel door samen te werken en de eenheid te bewaren dat Europa opnieuw een sterkere rol kan spelen in deze onvoorspelbare 21ste eeuw.

Dit artikel past in een reeks opiniestukken over de Brexit, gepubliceerd op deze website en te raadplegen via de rubriek ‘Kort nieuws’.


< Vorige bericht